Het is twee jaar geleden dat ik op vakantie ben geweest. Ik bedoel een paar weken buitenland, en dat je mensen op de hoogte stelt van je afwezigheid. Dit jaar waren we in Normandiƫ.
De grootste plaats in de buurt is Coutances, het gehucht waar we verbleven heet La Houssaye, dĆ©partement La Manche. De derde week van juni schommelde de buitentemperatuur overdag tussen de 32ĖC en de 39ĖC. We zaten deze – aangekondigde – hittegolf volgens deskundigen in een enorme koepel, een grote bel warme lucht die niet ververst werd en zodoende warm en drukkend bleef. De koepel bleef zo’n vier dagen hangen tussen traag bewegende lagedrukgebieden.
We waren er eigenlijk matig op voorbereid op dergelijke broeierige hitte, maar de dikke muren van de oude Normandische boerderij hebben ons door de dag geholpen. Daardoor bleef het nog behoorlijk koel als je ramen, gordijnen, luiken en deuren gesloten hield. ’s Ochtends vroeg en zo na zeven uur ’s avonds deden we boodschappen en maakten we alsnog uitstapjes.

Zwembad in zee
Tijdens die het dagen gingen we vaak ’s avonds eten aan het strand om er ook te zwemmen. Helaas was het dan vaak eb en moesten we een heel eind lopen om zwembaar zeewater te vinden. Anders dan de Bretonse kust is het aan de kust behoorlijk vlak en stijgt het waterpeil bij vloed maar enkele meters. In Pyrou hebben ze daarom een zwembad in zee gemaakt, zodat er bij eb toch nog een flinke bak zeewater achterblijft.
In het gebied zijn meerdere kastelen en abdijen te vinden, in verschillende staat van nochtans aantrekkelijke ontbinding. Maar met de Fours Ć Chaux du Rey, gebouwd in 1852, stuitten we op een bijzonder hoofdstuk industriĆ«le geschiedenis. Vier enorme kalkovens vlakbij het kustdorp RegnĆ©ville-sur-mer. De ovens waren zo’n 25 meter hoog. In de voormalige kalksteengroeve werd het in de streek veelvoorkomende kalksteen met kolen gestookt om het kalk te winnen. Dat wordt in de landbouw gebruikt als toevoeging om de bodem minder zuur te maken.
RegnƩville-sur-mer is al sinds de middeleeuwen een haven is die met eb droog komt te liggen. Het oude station doet inmiddels dienst als hippe koffiebar en restaurant, maar was ooit bedoeld om de kolen uit Wales te vervoeren naar de kalkovens. Dertig jaar later doofden de ovens, want er zat geen handel meer in. Nu is het een industrieel landschapspark, waar op verschillende plekken het verleden tot leven wordt gewekt met geluidsbanden (audio) waarop knarsende karren, paarden, pratende en bikkende mensen, en een mooi mythisch streekverhaal te horen zijn.
Kastelen en abdijen
Aan oude stenen is er geen gebrek in La Manche. In een relatief kleine streek zagen we vele oude landhuizen, kastelen en abdijen voorbijkomen, in toeristische folders en in het echt. Dat waren wel de uitstapjes nĆ” de intense hitte.
Maar warm bleef het wel overdag, en droog. Dat het de opmaat zou worden naar de vele apocalyptische natuurbranden in Europa wisten we toen nog niet. Dat er natuurbranden van zouden komen, was redelijk voorspelbaar. Ook dat ze zich met name zuidelijker zouden afspelen. De brand in natuurgebied Fontainebleau, vlak bij Parijs, was voor bijna iedereen een verrassing.
De oude boerderij
Ik ga je niet vermoeien met interieurfoto’s. Maar de oude boerderij is prachtig en in stijl opgeknapt. De dikke muren en de tuin waren echt een redding tijdens de hitte. Net als de biocider van de oude boer Yves Bouillon (je verzint het niet), van verderop aan het weggetje.
We hadden deze twee weken prachtige viervoeters als buren: twee tweejarige paarden, jonge hengsten waarvan er ƩƩn voorbestemd was om te gaan draven. Westrijden met de sulky zijn populair in Frankrijk, voor de sport, de fokkerij en het gokken. Met de donkerste van de twee leek een mooie vriendschap te ontstaan. Hij was nieuwsgierig en liet zich aaien. De laatste dagen werd ik met gehinnik begroet als ik de tuin inliep of als we terugkeerden.
De Rotterdamse familie die het huis verhuurde, koesterde meerdere verzamelingen. Tegen de muur van de schuur bijvoorbeeld zaten wel 20 oude tractorzadels genageld, achter een oude Ferguson. Dat werd later Massey Ferguson, een merk dat je nog steeds ziet rondrijden. Dit was wel een bijzonder exemplaar, want aan de bobine en de stroomverdeler kon je zien dat het een benzinemotor was. Het is nu natuurlijk allemaal diesel, met door de domme, domme oorlog van Trump prijzen waarover de boeren terecht klagen. Over domme boeren weer een andere keer.
Zoals je bij goede vakanties hebt, voelt het alsof het te snel voorbij was. Bij boer Yves hadden we flink wat cider besteld, dat we ook zouden meenemen voor onze medereizigers die inmiddels per trein naar huis waren gegaan. Hij had de flessen, van die zware donkergroene flessen die de druk van het koolzuur verdragen, verrassend verpakt. De flessen zaten in twee dozen die afkomstig waren van twee chemiereuzen in de agrarische sector: Syngenta en BASF. Er hadden fijne gifmixjes in gezeten met pesticide en fungicide. Over Big Agro kom ik ook nog wel te spreken.
Normandiƫ is wel nog eens een bezoek waard en die boerderij ook.
Geef een reactie