Ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar ik geloof niet meer in een toekomst waarin het huidige economische systeem kan blijven bestaan. Het kapitalisme zoals we dat kennen, heeft zoveel kapot gemaakt dat we iets anders moeten bedenken.
Met name de Westerse wereld heeft de natuur, milieu en klimaat verregaand vernietigt, miljoenen mensen leven in armoede, honger of in uitbuiting. De hele en halve klimaatrampen zijn al volop begonnen ons dagelijks leven binnen te dringen.
Een manier om met die veranderingen te beginnen, lijkt mij te liggen in de keuze voor coöperaties en collectieve samenwerkingen. Zonder gesloten bedrijfsstructuren en aandeelhouders die alleen maar op winst uit zijn. En dus gaat het natuurlijk om zaken als eigendom en productiemiddelen.
In zijn boek Small Is Beautiful uit 1973 maakt de Duits-Britse econoom E.F. Schumacher glashelder dat bij alle productie het probleem bestaat van eindige grondstoffen, zoals olie, gas, steenkool en metalen. De klassieke productiemiddelen zijn een keer opperdepop en worden nooit meer aangevuld. Dat kost vele, vele mensenlevens en gaat ten koste van onze planeet, onze natuur en leefomgeving. Bekijk de huidige grondstoffenkaart maar eens en zie waar de oorlogen woeden.
Kees Klomp gaat in zijn boek Ecoliberalisme verder in op de klimaatramp waar we op af stevenen. We kunnen niet veel anders dan proberen het goede te doen en actief te hopen. Vandaar dat er gezocht wordt naar werkwijzen en modellen die regeneratief zijn, die zichzelf en ons mensen helpen in het voorzien van onze behoeften: gezond voedsel, schoon drinkwater en een veilige plek om te leven. Daarbij hoeven we echt niet terug naar de grotten en de berenvellen, maar het roer moet wel een keer om.
De Commons als poging
In een poging om hier aandacht aan te geven, spreek ik in mijn podcast Met Woede & Liefde met Gertrude Flentge over Lumbung. Dat is de Indonesische variant van de Commons. Zij maakte deel uit van het artistieke team van Documenta fifteen in Kassel, Duitsland. Uniek aan deze internationale tentoonstelling in 2022 is dat zij tot stand kwam door de inzet van 68 collectieven van kunstenaars wereldwijd.
Hiervoor was het Indonesische kunstcollectief Ruanrupa als hoofdcurator verantwoordelijk. Voor de samenstellers en het artistieke team, waaronder Gertrude Flentge, werd het door valse beschuldigingen van antisemitisme een stressvolle tijd.
Ook het Voedselpark Amsterdam, waar ik eerder op dit blog over publiceerde, wil het Commons-model gebruiken om de grond en het werk te beheren, als een stichting met een coöperatie. Naast markt en overheid gaat het Commons-denken uit van een derde domein: het gemeengoed. “Niet publiek als ‘van de staat’ en niet privaat als ‘van de markt’, maar collectief beheerd, lokaal verankerd en democratisch vormgegeven.”
Dat schrijft Natasha Hulst in haar commentaar op het beginselprogramma van GroenLinks-PvdA: Een andere toekomst is al begonnen, nu de politiek nog. Het is een hartgrondige oproep om een andere weg in te slaan en grote vragen te stellen. Over macht, zeggenschap en eigendom. Lees dat stuk, omdat het de commons en het gemeengoed duidelijk maakt.
Maar het gaat natuurlijk om solidariteit. Terecht stelt Hulst:
Als we geen grenzen stellen aan het roofkapitalisme, kopen de Blackstones van deze wereld straks letterlijk de hele planeet op. Kapitaal is al lang niet meer de beperkende factor; de enige grens is of wij bereid zijn te verkopen. Wat ons rest is een herwaardering van het gemeengoed – als moreel en politiek kompas.
Best actueel, toch?
Dit stuk heb ik overgenomen van mijn LinkedIn-pagina, dus je kunt het daar ook zien en delen.