Het glazen plafond van Open Source
Op internet wordt veel gratis aangeboden. Geldt dat nu ook voor marketing? Dat was afgelopen dinsdag de vraag bij de laatste bijeenkomst voor het zomerreces van 212 Amsterdam, netwerk voor online marketing. Beetje ongelukkige vraag eigenlijk met alle blogs en online gereedschappen die toch vrij intensief worden ingezet voor de marketing van bedrijven en personen. Het ging deze keer over open source, ook vaak gratis, maar minder populair dan gedacht. Hardnekkige vooroordelen remmen het gebruik.
Voor de gelegenheid waren dus twee experts op het gebied van open source uitgenodigd: Jan Willem Broekema (OSOSS) en Ruud Vriens (RedNose). Open Standaarden en Open Source Software – OSOSS – is een initiatief van de overheid, die na de motie Vendrik over het stimuleren van deze middelen, er ook echt mee aan de slag moest.
De overheid en de belastingbetaler moeten kunnen profiteren van deze software en de macht van de producenten van ‘gesloten’ software moet worden ingeperkt, is de strekking van die motie. De gesloten software zorgt er bijvoorbeeld voor dat om de paar jaar computer moeten worden vervangen (nieuw besturingssysteem) en vaak ook de software en de licenties. Volgens de heren kost dat alle landen in Europa jaarlijks 45 miljard Euro.
“Open source software is software met twee kenmerken:
☀ De broncode van de software is vrij beschikbaar.
☀ In het licentiemodel is het intellectueel eigendom en het (her)gebruik van de software en bijbehorende broncode dusdanig geregeld dat de licentienemer de broncode mag inzien, gebruiken, verbeteren, aanvullen en distribueren.” (bron: website OSOSS)
Voorbeelden
Vriens gaf ter introductie twee voorbeelden hoe open source en de open innovatie, dat hieraan verwant is, tot mooie dingen kunnen leiden. De Amerikaanse firma Goldcorp wist niet goed waar te te gaan zoeken naar goud op een bepaald stuk grond en stelde al hun geologische data online beschikbaar. Daar werd een prijsvraag aan gekoppeld die duizend deelnemers uit 50 landen opleverde. En, kennelijk, volgde succesvolle exploitatie.
Een inmiddels bekend succes is natuurlijk dat van Mozilla, dat door de wereldwijde gezamenlijke inspanning van programmeurs en ontwikkelaars de browser Firefox voortbracht. Kenmerk van beide projecten is dat ze gesteund werden door een gemeenschap van deskundigen, georganiseerd via internet.
Ja, maar = Nee, want
Voor Broekema over de weerstand tegen open source software sprak, schetste hij de belangrijkste voordelen. ✓ Iedereen die dat wil, kan het zelf verder ontwikkelen.
✓ De gebruiker is niet gebonden aan een leverancier.
✓ Het werkt op de belangrijkste besturingssystemen: Windows, Mac en Linux.
✓ De software is kleiner en sneller, dus minder geheugen, minder stroom en de computer gaat langer mee.
✓ Het is gratis.
Maar, maar, maar… Toch dringt het gebruik van open source niet echt door. Vooroordelen als: het is niet veilig, niet professioneel, instabiel, niet getest, spelen hierbij een rol. In het boekje Fabels en feiten over gesloten en open source software heeft Broekema c.s. 25 vooroordelen op een rij gezet om ze te kunnen weerleggen. Ze worden gekenmerkt door wat hij noemde de ‘Ja, maar = Nee, want’-redenering.
Hij ging zelfs zover ze geheel en al aan Microsoft te wijten. Die zouden een negatieve campagne hebben gevoerd, een zogenaamde FUD-marketing. Door Fear, Uncertainty en Doubt (angst, onzekerheid en twijfel) te zaaien, wordt de opmars van open source tegengewerkt. Het bewijs zou te vinden zijn in de (door mij nog niet achterhaalde) Halloween Papers, een ooit onderschepte e-mail correspondentie vanuit Microsoft.
Open innovatie
Intussen zijn al veel overheden en gemeenten bezig met het (nu verplicht) inzetten van open source software. Amsterdam doet lekker mee, aldus Broekema, omdat het ook zeer gunstig zal zijn voor de creatieve industrie in die stad
Om het proces te visualiseren, gebruikte hij een een dia van de innovatie-trechter, die ik terugvond bij Openinnovatie.nl. (Klik op het plaatje voor grotere afbeelding op die site)
De kracht van het open source model zit, volgens Broekema en Vriens, in het zoeken en vinden van veel deelnemers aan projecten en dan vooral naar hen die met specifieke ideeën en inzichten aankomen. Zo kunnen ook nieuwe markten worden gevonden.
Wanneer open source echt zou doorbreken, betekent dat niet dat er geen gesloten software meer zal zijn of dat alles volledig gratis zal zijn. Open source zal ook geld kosten, al zit het niet in een eigendom-model, maar in een diensten-model.
Voorwaarden voor Open Source Software
Zie ook een artikel over de Wikinomics van GoldCorp bij USA Today


Geef je reactie